Heks

Hoe een monument voor heksen in Nieuwpoort leidt tot een persoonlijke crisis. Het verhaal ‘Heks’ door Karina Deutekom is genomineerd om het beste spirituele reisverhaal van 2016 te worden. 

Gelukkig kijk ik in de spiegel. Mijn lijf voelt licht en vrij als ik besef wat ik zie. De blauwe ogen, mijn eigen ogen en ik kijk erin. Ik zie mijn eigen rust en weerspiegeling van een stukje van mijn ziel. Een stukje, de rest komt nog, daar heb ik ondertussen alle vertrouwen in.

Zo anders dan twee jaar geleden toen ik ook in mijn eigen ogen keek. Een vertroebelde, vurige blik zag ik toen. Bijna angstaanjagend als ik niet dat vuur ook krachtig in mijn lijf had gevoeld. Daar is het begonnen mijmer ik, daar in Nieuwpoort en ik grinnik om de betekenis van de plaatsnaam. Dat bedenk ik me nu eigenlijk pas. Een poort naar een nieuw leven, een nieuw begin, mijn eigen zieleweg.

Opgesloten

Twee jaar geleden dus, ik was 36 toen. De verre reizen hadden plaatsgemaakt voor weekendjes op vakantieparken met vrouw en kind. Gezondheid voor slapeloze nachten, vermoeidheid en pijn in mijn rechterkant van knie tot nek. Het eerste vond ik niet erg, de verre reizen hadden mij nooit gegeven waar ik op gehoopt had. Altijd voelde ik dat ik niet helemaal in de situatie kon zijn, maar hoe dat dan werkte had ik geen idee van.

Het tweede zat mij enorm in de weg. Ik voelde mij opgesloten in mijn lijf. Nog meer opgesloten moet ik zeggen, want dat gevoel had ik altijd al gehad. Maar nu was bewegen nog moeilijker en zaten woorden en emoties verstrengeld opgeknoopt in mijn borststreek. Alsof ik te moe was er uiting aan te geven. Een beetje uitrusten op een mooi park aan zee zag ik daarom wel zitten. Dat uitrusten zou een emotionele achtbaan worden.

‘Wijze vrouwen’ van Susan Smit ben ik op dat moment aan het lezen. En de wijze vrouwen raken me. Zoveel levenskennis en verbondenheid met de natuur. Dat wil ik ook. Susan schrijft ook over vroeger jaren waarin wijze vrouwen of heksen niet begrepen werden en op de brandstapel kwamen en dat daar weinig tot geen excuses of rectificatie op zijn gekomen. Noch van de kerk, noch van de overheid. Toen niet en nu nog steeds niet.

Geraakt

Het belang hiervan ontgaat mij eigenlijk, totdat ik met mijn gezin naar de stad Nieuwpoort ga. Het stadje valt tegen, niet veel bijzondere gebouwen, wel een pleintje met een kerk. We lopen naar de kerk en staan stil bij een ingegraveerde plaat aan de buitenmuur.

De rillingen lopen over mijn rug als ik de tekst lees. Daarop staan de namen van mensen die in Nieuwpoort op de brandstapel terecht gekomen zijn. Daaronder dat de inwoners van nu hun hoofden buigen en om vergiffenis vragen voor deze misstanden van toen. Wat bizar dat ik daar net over heb gelezen en ja, nu voel ik duidelijk het belang, het raakt mij tot diep in mijn hart.

Spirituele verhaal: Vrijgemaakt voor het begin. Monument voor heksen in Nieuwpoort.
Spirituele verhaal: Heks. Monument voor heksen in Nieuwpoort.

Verwonderd en geraakt gaan we verder, richting zee. Op het strand lopen we een beetje langs de golven. Ik ben me bewust dat ik mij niet fijn voel, ik weet niet wat er is, maar ik voel mij weer zo opgesloten. In een onbeholpen poging uiting te geven aan wat er in mij speelt zeg ik tegen mijn vrouw dat ik me aan haar erger. Mijn vrouw wordt furieus door deze toenaderingspoging na dagenlange radiostilte vanuit mijn binnenwereld.

Ik kan haar aanval niet aan. Ik klap volledig dicht, wanhopig probeer ik met mijn ademhaling rust en ruimte te creëren, maar grote tranen druipen over mijn wangen. We lopen terug en ik loop met mijn hoofd gebogen, starend naar het zand. Opeens zie ik een grote mooie steen liggen, gedeeltelijk gewoon steen en gedeeltelijk glinsterend en glanzend. Ik raap het op en houd het stevig vast, als een soort houvast.

‘s Avonds begint mijn vrouw over de ruzie op het strand. Onze confrontatie verloopt in het begin zoals altijd. Eerst word ik boos, daarna intens verdrietig en vervolgens kan ik uitleggen waar het vandaan kwam. Dat ik al dagen het contact met mezelf kwijt was en dus ook met haar. Dat ik probeerde contact met mezelf te maken door te uiten wat er op dat moment speelde en doordat ik niet bij mezelf kon en mijzelf geen ruimte kon geven, ervaarde ik haar als irritant en opdringerig.

Zij nam voor mijn gevoel mijn ruimte in. Maar ik zag nu ook dat ik het zelf was die mij de ruimte niet gaf. Tot zover het normale verloop, als ik de inzichten heb, voel ik mij daarna altijd beter. Nu echter niet. Ik moet steeds harder huilen, ik voel pure wanhoop, opgesloten in mijzelf. Het begint te voelen alsof er een stuk in mij zit dat niet bij mij hoort en mij belemmert, verstikt.

‘Ik ben een heks’

Niet meer in staat mijn vrouw onder ogen te zijn, vlucht ik naar de badkamer en daar kijk ik in de spiegel. Een rood behuild gezicht, haren in de war en helblauwe vurige ogen met vertroebelde blik. En in mijn lijf, voel ik een kracht. Ik adem zwaar in en uit en blijf mezelf aankijken. “Heksen, heksen, ik ben een heks. Heksen, heksen, ik ben een heks.”

Waar komt dat vandaan? Zeg ik dat niet gewoon zelf? Het is in mij en ik kan het zelf stoppen. Eventjes doe ik dat, maar de zin voelt zo krachtig dat ik hem dan toch laat doorgaan. “Heksen, heksen, ik ben een heks.” Ieder woord lijkt diep van binnen in mij naar boven te komen, ieder woord lijkt mijzelf naar buiten te brengen. Het vult mijn hele lijf en dan ga ik terug naar mijn vrouw.

Ik begin de woorden te spuwen, over mijn gevangen zijn, over een groot brok in mij dat mij verlamt, waar ik vanaf wil, dat ik wil leven, zonder ballast die niet bij mij hoort, ik wil LEVEN. Het voelt zo krachtig en lekker, en vooral zo waar. Als ik alles uitgespuwd heb kijk ik naar mijn vrouw. Ze is onder de indruk, ze lacht en slaat haar armen om mij heen. Ik begin onbedaarlijk te huilen, om alles wat ik nooit heb kunnen zijn.

Als ik in bed lig, ben ik blij en opgewonden. Het voelt zo bijzonder wat er net gebeurd is. Ik wil dit dan ook kracht bijzetten met een ceremonie en moet denken aan de steen van vanmorgen. Ik zie dat ik hem oppak en kapot sla. Vervolgens geef ik een stuk aan mijn vrouw en aan mijn zoontje. Zelf heb ik nog twee stukken en ik zie dat ik een stuk neerleg bij de gegraveerde herdenkingsplaat. Mijn zoontje gooit zijn steen in zee en mijn vrouw begraaft haar stukje, gewoon in het park. En met die gedachte val ik in slaap.

Stenen

De volgende dag sla ik inderdaad de steen kapot. De steen waar ik het verlammende stuk in mezelf mee wil symboliseren. Ik ga als eerste naar de kerk. Mijn hoofd bemoeit zich ermee, vraagt waar ik mee bezig ben en waar ik denk die steen neer te leggen. Gewoon op de grond?

Maar ik voel een rotsvast vertrouwen, er is daar een plekje voor mijn steen. Bij de plaat aangekomen valt mijn oog meteen op het richeltje erboven. Als ik op mijn tenen sta, kan ik net de steen erop schuiven. Zo gaat het ook bij mijn zoontje, ik heb hem wel gezegd dat hij de steen in zee mocht gooien, maar onderweg naar de golven wil mijn hoofd hem vertellen wanneer en hoe. Ik houd me in.

En ik zie mijn tweejarig kereltje naar zee lopen, zonder nog wat te vragen, wat vrij uniek is voor mijn kleine babbelkous. Hij pakt het stukje steen uit zijn zak en gooit het in zee. Als we terug zijn op het park doet ook mijn vrouw wat ik van haar heb gevraagd. En in mijn zak zit nog één stukje steen. Ik neem het mee naar huis, niet precies wetend wat ik ermee moet.

Weg vrijgemaakt

De eerste weken na Nieuwpoort ben ik euforisch. Overtuigd dat ik van al mijn blokkades en ballast verlost ben. Maar al snel merk ik dat het niet zo is. Ik loop nog tegen dezelfde dingen aan als altijd. Ik ben teleurgesteld, twijfel aan wat ik heb ervaren. Totdat ik in mijn jaszak een steentje vind. Het vierde stukje. Ligt het hier aan? Heb ik mij nog niet van alles ontdaan?

Ik blijf een tijd zitten met het steentje in mijn hand. Dan stel ik mijzelf voor wat ik ermee moet doen. Ik zie het steentje telkens door de lucht vliegen, in een boog. Alsof ik hem hoog de lucht in gooi. Na een tijdje begin ik weer rillingen te krijgen, opeens zie ik het: ik moet het laatste stukje gooien, met mijn ouders en zus die dit weekend komen. En mijn zoontje, mijn bloedlijn moet dit aanschouwen en steunen.

Het valt allemaal samen. Nu klopt het, lucht, water, aarde en de brandstapel is vuur. Terug naar de elementen, de basis, de bron. Dit is niet het einde van mijn proces, de weg is vrijgemaakt voor het begin.

 

breng hier je stem uit